Ik las een artikel waarin gesproken werd over ‘het vage schijnsel van de kerk in de Islamitische wereld’. Er werd van een ‘vaag schijnsel’ gesproken, omdat er maar weinig Christenen zijn en die hebben het daar ook nog heel moeilijk. Toen dacht ik aan het ‘schijnsel van de kerk in het Westen’.

Schijnen wij met het licht van God om ons heen door de kracht van de Heilige Geest? Of schijnen we elkaar in de ogen om te laten zien hoe goed we zijn? Schijnen wij in de duisternis of maken we mooie lampionnen om het licht leuker te maken? Hebben we af en toe niet meer aandacht voor de lichtval en de schaduweffecten dan voor het Licht zelf?

Het licht van God is fel en het brandt. Het verblind misschien een tijd lang, maar daarna laat het ons dingen zien die we eerst niet zagen. Dingen die we misschien wel helemaal niet willen zien. Maar het geeft ook leven en het leidt ons dichter naar God zelf, die op ons wacht.

Psalmen 36:9 Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht.

In plaats van het licht te bewerken en te beheersen om aantrekkelijk te zijn voor de wereld om ons heen, moeten we juist de belemmeringen wegnemen, zodat iedere vervorming en iedere schaduw verdwijnt. Dan kan het licht van God zijn werk ten volle doen.

Is de kerk bedoeld als een mooi glas in lood raam dat iets ‘moois’ maakt van het licht dat van God afkomstig is? Of is de kerk bedoeld als een vlekkeloze spiegel die Gods licht zo goed mogelijk weerkaatst? Proberen we de mensen op ons te richten of wijzen we hen op het licht dat zich achter hen bevindt. Als ze zich omkeren, kunnen ze het zelf zien!

We zijn als de maan, die de van de zon afgekeerde wereld, toch het licht van de zon laat zien door het te weerkaatsen.

De duisternis lijkt op andere plekken in de wereld misschien veel groter dan hier, maar de vraag is meer: waar schijnt het licht feller? We kunnen veel leren van onze vervolgde broers en zussen, want bij hen schijnt het licht fel. Ondanks alles komen er daar veel mensen tot geloof, terwijl dat hier niet het geval is.

Laten we toch stoppen met het bedenken van steeds maar weer nieuwe dingen die we met het licht kunnen doen en het licht de ruimte geven om te schijnen. Wat zou er dan kunnen gebeuren?

Handelingen 13:47 Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde.