Iedereen heeft een beeld van God. Het zou mooi zijn als het niet zo was, maar we ontkomen er niet aan. Ons kennen van God is onvolkomen en we hebben allemaal een ‘bril’ waar door we alles bekijken. En ook God zien wij niet zonder ‘bril’. Het is al mooi als we ons van deze beperking bewust zijn.

Onze overtuiging

Wanneer we sterk overtuigd zijn dat ‘ons beeld van God’ het juiste is, of sterker nog; dat wij géén beeld van God hebben, maar God kennen zoals Hij werkelijk is, dan komen we gemakkelijk recht tegenover andere mensen te staan, die dezelfde overtuiging hebben, maar niet hetzelfde beeld.

Ik wil graag een vergelijking maken tussen twee ‘beelden van God’ die we zouden kunnen hebben. Daarbij wil ik vooral kijken naar één specifiek gevolg. De ‘vreze des Heren’ lijkt tegenwoordig niet bijzonder populair, maar het is in de Bijbel wel een belangrijk thema. Hoe wij God zien, heeft invloed op hoe wij met dit onderwerp omgaan.

Beeld 1

Het eerste beeld waar ik naar wil kijken is: God als knuffelbeer. De sterke kant van het beeld is de emotionele impact die een knuffelbeer in het leven van een kind kan hebben. Een trouwe kameraad die er altijd is, altijd voor je klaarstaat en troost geeft wanneer je het moeilijk hebt. Hij geeft warmte en liefde en is tastbaar aanwezig en altijd beschikbaar. Mooie kenmerken die we ook zien bij de God die we in de Bijbel kunnen leren kennen.

Maar dit beeld heeft ook een paar zwakke punten. Een knuffelbeer zou je zomaar kwijt kunnen raken, hij kan kapot en hij slijt. Deze dingen kunnen in een ‘momentopname’ nog wel buiten beschouwing laten, maar er zijn meer zwakke punten.

Een knuffelbeer ‘doet’ eigelijk niets. De troost en liefde die een knuffelbeer geeft, komen niet echt bij de knuffelbeer zelf vandaan, maar uit de beleving van het kind. Hij luistert niet echt en hij heeft écht niets te zeggen. Wanneer wij in onze voorstelling van God deze mooie elementen oververtegenwoordigen, bestaat de mogelijkheid dat mensen de indruk krijgen dat ook God helemaal niet écht is. Een knuffelbeer is weliswaar kostbaar, maar niet écht. Voor veel mensen is God ook een voorwerp van onze verbeelding.

Vreze des Heren

Hoe nuttig een ‘knuffelbeer God’ ook kan zijn, er is weinig aanleiding voor ‘vreze des Heren’. Een knuffelbeer kun je prima in een hoek gooien wanneer je hem niet nodig hebt. Hoe lang je hem ook verwaarloost, hij is er weer wanneer je hem nodig hebt. Ons beeld van God bepaald hoe wij met Hem omgaan en wat wij van Hem verwachten. Een knuffelbeer is er voor jou en niet andersom.

Elk beeld van God schiet te kort, daarom is het goed om ons niet te beperken tot één beeld. De Bijbel zelf spreekt in veel verschillende beelden over God. Knuffelbeer is daar niet één van, maar dat is in zichzelf geen reden om het beeld af te wijzen. De gevolgen van een bepaald beeld zijn misschien een betere maatstaf om het ‘beeld’ te beoordelen. Ik wil nog een ander ‘beeld van God’ noemen dat ook niet direct als zodanig in de Bijbel voor komt.

Beeld 2

Het andere beeld dat ik wil noemen is: God als openhaard. Ook een openhaard geeft warmte en veiligheidsgevoel. Hij geeft licht en gezelligheid, kortom een positieve emotionele impact. De warmte en het licht die de openhaard geeft, zijn echt. Misschien wel minder hártverwarmend dan de knuffelbeer.

Maar er is nog iets anders aan de hand met een openhaard in vergelijking met een knuffelbeer. Een knuffelbeer kan veronachtzaamd worden, maar een brandende openhaard niet. Wanneer je de knuffelbeer nonchalant in de openhaard gooit, blijft er weinig van over. Wanneer je te dicht bij de openhaard komt, heeft dat heel vervelende gevolgen. We waarschuwen kinderen voor de openhaard, maar niet voor de knuffelbeer.

Het is maar en openhaard, dus hij communiceert niet echt met ons. Het is maar een beeld en elk beeld van God schiet te kort, maar in vergelijking met een knuffelbeer, maakt het beeld van de openhaard duidelijk waarom de ‘vreze des Heren’ belangrijk is. De openhaard is ‘iets goeds’ dat gevreesd moet worden. Zo is ook verstandig om niet lichtzinnig met God om te gaan, maar Hem vol ontzag te benaderen.