Er was een jongeman die het zich niet kon veroorloven om naar de universiteit te gaan. Hij had van alles geprobeerd, maar het lag buiten zijn bereik. Hij kon er alleen van dromen.

Gratis toegangsbewijs

Toen de directeur van de universiteit over deze jongeman hoorde, besloot hij om hem gratis een toegangsbewijs voor de universiteit te geven. Met dit toegangsbewijs kon de jongeman zich voor alle lessen inschrijven zoveel hij maar wilde en had hij toegang tot alle faciliteiten.

De jongeman was dolgelukkig. Hij ging iedereen vertellen dat hij een toegangsbewijs voor de universiteit had gekregen. Hij sprak vol lof over de directeur van de universiteit. Hij liet het toegangsbewijs inlijsten en hing het thuis in een beveiligde vitrinekast. Iedereen die het maar wilde zien, werd hartelijk ontvangen en kreeg uitgebreid te horen hoe hij het toegangsbewijs had gekregen van de directeur van de universiteit.

Maar…

Na verloop van tijd vroeg de directeur zich af hoe het met de jongeman ging. Hij vroeg het aan de docenten en aan de leerlingbegeleiders, maar niemand wist over wie de directeur het had. Uiteindelijk ontdekte de directeur waar hij de jongeman kon vinden en toen hij naar hem toe ging, werd hij hartelijk ontvangen. De jongeman was nog steeds dolgelukkig en nu zelfs nog meer, omdat de directeur bij hem thuis was gekomen.

Maar de directeur was niet blij. Hij verweet de jongeman dat deze geen gebruik had gemaakt van de kans die hem was gegeven. Hij zei: “als je niet snel gebruik gaat maken van het toegangsbewijs dat ik je heb gegeven, is het straks niets meer waard. Ik heb het aan je gegeven, zodat je naar de universiteit zou komen en een diploma zou halen. Dan had ik nu met blijdschap bij je op bezoek kunnen komen, maar nu ben ik niet blij.”

Verklaring

Zo is het met de genade die God ons heeft gegeven. Wij hebben door Jezus toegang gekregen tot God Zelf. In Jezus hebben wij alles gekregen wat we nodig hebben om te leren leven zoals God dat wil. Maar deze genade komt niet tot zijn doel als we er geen gebruik van maken.

We zíjn niet gered doordat we de genade gekregen hebben. We hebben de mogelijkheid gekregen om gered te worden. Als we gebruik maken van de genade die we gekregen hebben, zal Jezus blij met ons zijn, wanneer hij komt!

Geïnspireerd door de brief aan Sardis (Openbaring 3:1-6)

“{Vijfde brief: aan Sardis} En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten van God heeft en de zeven sterren: Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood. Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God. Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen. Maar u hebt ook in Sardis enkele personen {personen-Letterlijk: namen.} die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn. Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” (Openbaring 3:1-6 HSV)