Iedereen heeft een beeld van God. Het zou mooi zijn als het niet zo was, maar we ontkomen er niet aan. Ons kennen van God is onvolkomen en we hebben allemaal een ‘bril’ waar door we alles bekijken. En ook God zien wij niet zonder ‘bril’. Het is al mooi als we ons van deze beperking bewust zijn.

Onze overtuiging

Wanneer we sterk overtuigd zijn dat ‘ons beeld van God’ het juiste is, of sterker nog; dat wij géén beeld van God hebben, maar God kennen zoals Hij werkelijk is, dan komen we gemakkelijk recht tegenover andere mensen te staan, die dezelfde overtuiging hebben, maar niet hetzelfde beeld.

Er was een jongeman die het zich niet kon veroorloven om naar de universiteit te gaan. Hij had van alles geprobeerd, maar het lag buiten zijn bereik. Hij kon er alleen van dromen.

Gratis toegangsbewijs

Toen de directeur van de universiteit over deze jongeman hoorde, besloot hij om hem gratis een toegangsbewijs voor de universiteit te geven. Met dit toegangsbewijs kon de jongeman zich voor alle lessen inschrijven zoveel hij maar wilde en had hij toegang tot alle faciliteiten.

Als er een raar plekje of je fruit zit, wat doe je dan? Als iets niet meer helemaal goed is, wordt het dan gelijk vervangen? Door sommige mensen misschien wel, maar anderen zouden dat juist als verspilling beschouwen.

Behoud zoveel mogelijk

Ik denk dat veel mensen gewend zijn om iets pas weg te doen als het echt niet goed meer is. Er moet niets goeds meer aan over zijn, want zolang er nog iets goeds aan te vinden is, is het 'zonde' om het weg te doen.

Materieel of geestelijk

In materieel opzicht vind ik dit persoonlijk een heel goed principe, maar geestelijk, denk ik, kan het voor problemen zorgen.

Een vrouw trouwt met een rijke man. Ze geniet van de enorme zegeningen die dit met zich mee brengt. Ze gaat met haar vriendinnen tennissen op hun eigen tennisbaan en heerlijk ontspannen in hun eigen zwembad en sauna.

Schijnen wij met het licht van God om ons heen door de kracht van de Heilige Geest? Of schijnen we elkaar in de ogen om te laten zien hoe goed we zijn? Schijnen wij in de duisternis of maken we mooie lampionnen om het licht leuker te maken? Hebben we af en toe niet meer aandacht voor de lichtval en de schaduweffecten dan voor het Licht zelf?

Jezus heeft ons het ‘onze Vader’ geleerd. Hoe zou dit gebed er uit zien als het ons geleerd was door een ‘moderne Christen’?