Genade is een belangrijk theologisch begrip, daarom is het opvallend dat het woord in de evangeliën niet vaak voorkomt. In Mattheüs en Markus zelfs helemaal niet. Dat verklaart mogelijk de vertaling van Lukas 6:32-34 waar het woord genade drie keer uit de vertaling weggelaten wordt.[1]

Lukas 6:32-34 En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat hebt gij voor? Immers, ook de zondaars hebben lief, die hen liefhebben. Want indien gij goed doet aan wie u goed doen, wat hebt gij voor? Ook de zondaars doen dat. En indien gij leent aan hen, van wie gij hoopt iets te ontvangen, wat hebt gij voor? Ook zondaars lenen aan zondaars om evenveel terug te ontvangen.

In de context gaat het over ‘omgaan met anderen’. ‘Een ander behandelen zoals je zelf graag behandeld wilt worden’ en ‘je vijand liefhebben’ zijn niet eenvoudig, maar dát is nu juist wat God van ons vraagt. Dan geeft Jezus aan dat ook slechte mensen liefhebben, goed doen en uitlenen. Het verschil is dat goede mensen dat met een andere motivatie doen. Niet om er zelf beter van te worden, maar om genade te betonen.

Er staat letterlijk: ‘wat voor genade heb jij?’. Maar zo wordt het niet vertaald. Zoals het wel vertaald is, is het ook al erg krachtig: ‘wat hebt gij voor?’. Maar dit gedeelte zegt juist ook iets over het karakter van genade. Daarom vind ik het zo jammer dat het woord in de vertaling niet naar voren komt.

Genade is:

Liefhebben wie jou niet liefheeft.

Goed doen wie jou niet goed doet.

Uitlenen aan wie mogelijk niet terug kan betalen.[2]

 


 

[1] Dit geldt niet alleen voor de NBG, maar voor alle vertalingen die ik heb nagekeken.

[2] Ik denk niet dat hier wordt gesuggereerd, dat we aan slechte mensen zouden moeten uitlenen. Lenen is een onderwerp dat in het O.T. best vaak aan de orde komt. Uitlenen aan armen en hen zo in staat stellen om iets op te bouwen, is iets goeds om te doen. En dan nog zonder rente te vragen ook: Exodus 22:25.