Als het over redding gaat, denken we meestal in twee groepen mensen. Zij die wel gered worden en zij die niet gered worden. Dit roept toch wel vragen op zoals: Hoe zit het met mensen die nooit van Jezus hebben gehoord? Of: Hoe zit het met mensen die een totaal verkeerd beeld van God en van Jezus hebben meegekregen? Verder: Gaan alle ‘niet Christenen’ verloren? Maar ook: Wordt iedere Christen gered?

Om te beginnen wil ik aangeven, dat Jezus de énige weg tot de Vader[1] is.

Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Dat klinkt alsof er dus ook maar één manier is om gered te worden. Of kunnen er misschien twee manieren zijn om via dezelfde weg gered te worden?

Hoewel ik niet pretendeer deze vragen volledig te kunnen beantwoorden, denk ik wel dat er meer duidelijkheid komt, wanneer we onderscheid maken tussen drie groepen. Van die drie groepen worden er twee gered en gaat er één verloren. Tot mijn spijt verwacht ik dat een behoorlijke meerderheid van alle mensen bij de éne groep hoort, die verloren gaat.

Mattheüs 7:14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

Ik wil nu eerst aangeven, dat er in het vervolg van dit artikel geen sprake is van ‘gered worden door eigen gerechtigheid[2]’ of ‘gered worden uit werken[3]’. De reden dat ik dit zo specifiek benoem, is dat het daar wel op lijkt en ik wil op dit punt niet graag verkeerd begrepen worden.

De eerste (en enige) manier om gered te worden is: Jezus aannemen als Redder en Heer[4]. Dit zal wel tot uiting moeten komen in onze levens.

Romeinen 2:13 want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.

De tweede manier om gered te worden, is een variatie op de eerste manier, waarbij de mensen Jezus wel aannemen als Redder en Heer, maar zich daar niet van bewust zijn. Jezus is de énige weg tot de Vader, maar mensen kunnen die weg bewandelen, zonder te weten hoe die weg heet. Zij belijden Jezus niet als Heer, omdat zij niet weten dat het Jezus is die hen leidt.

Mattheüs 25:37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?

De eerste groep is al gered omdat deze mensen in Christus zijn. Zij vallen niet meer onder het oordeel. Deze groep is er niet meer bij wanneer de bokken van de schapen worden gescheiden.

Romeinen 8:1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (HSV)[5]

Als ‘zij die in Christus zijn’ er niet meer bij zijn, wanneer het oordeel plaatsvindt, wie zijn dan die ‘rechtvaardigen’ die in Mattheüs 25 genoemd worden? Zijn het misschien mensen die Jezus niet gekend hebben, maar toch rechtvaardig geleefd hebben?

De Bijbel zegt verschillende keren dat mensen beoordeeld of vergolden zullen worden naar hun werken.[6] De tweede groep wordt gered en de derde groep gaat verloren. Het gaat er daarbij niet om wat ze wel en niet weten, maar wat ze gedaan hebben met wat ze weten. Van wie veel weet wordt ook veel gevraagd en wie weinig weet, heeft daarmee ook minder verantwoording.

Lukas 12:48 Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen. Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd.

De mensen die verloren gaan hebben de waarheid afgewezen. Jezus is de waarheid en ze hebben daarmee bewust of onbewust Jezus afgewezen.

Er zijn twee manieren om door Jezus gered te worden. Rechtstreeks door Jezus aan te nemen, maar ook door de waarheid aan te nemen zonder te weten dat het Jezus is. Wanneer deze mensen voor de rechterstoel komen te staan, zullen ze Jezus stem herkennen. Die stem kenden ze tijdens hun leven al, maar ze wisten niet van wie die stem was.

Johannes 10:27 Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij,

Persoonlijk ben ik overtuigd, dat maar weinig mensen uiteindelijk behouden worden. De eerste groep is namelijk maar klein en bestaat niet uit alle Christenen, maar uit diegenen die werkelijk hun leven aan Jezus hebben gegeven. De tweede groep is ook niet erg groot en bestaat uit mensen die rechtvaardig geleefd hebben zonder te weten wie Jezus is. Jezus is namelijk ook voor hun zonden gestorven, ook al waren zij zich daar tijdens hun leven niet van bewust.


 [1] ‘Tot de Vader komen’ en ‘gered worden’ hoeven niet persé hetzelfde te betekenen, maar daar ga ik voor het gemak nu wel van uit. De uitdrukking ‘tot de Vader’ heeft meestal betrekking op Jezus zelf. Hij zegt verschillende keren dat hij naar de Vader zal gaan, maar dit vers is daar een uitzondering op. Hier heeft de uitdrukking toch duidelijk te maken met anderen die door Jezus ook tot de Vader komen.

[2] ‘Eigen gerechtigheid’ is een bekende uitdrukking, maar die komt toch maar twee keer in de Bijbel voor. En niet eens twee keer met hetzelfde Griekse woord voor ‘eigen’. Ik ga hierbij uit van de NBG, maar ik heb ook andere vertalingen er op nageslagen. In Romeinen 10:3 en in Filippenzen 3:9 wordt beide keren de ‘eigen gerechtigheid’ tegenover de ‘gerechtigheid van God’ geplaatst.

[3] De Griekse uitdrukking εξ εργων komt in de volgende 14 verzen voor: Rom 3:20; 4:2; 9:11; 9:32; 11:6 Gal 2:16; 3:2; 3:5; 3:10 Ef 2:9 Tit 3:5 Jak 2:21; 2:24; 2:25. Paulus geeft vooral aan dat niemand gered wordt uit werken. Jakobus zegt juist dat niemand gered wordt zonder werken. Jakobus zegt niet dat er redding is uit werken, maar dat we gered worden uit geloof dat werken voort brengt. Geloof dat geen werken voort brengt is geen geloof (hij noemt het zelf ‘dood geloof’).

[4] Dit is geen Bijbelse bewoording, maar wel mijn overtuiging. In de Bijbel worden verschillende bewoordingen gebruikt, waarbij de ene niet beter is dan de ander, maar allemaal wijzen ze op hetzelfde idee.

[5] Ik gebruik hier niet de NBG, omdat die het laatste deel van het vers mist. Deze woorden komen niet in alle Griekse versies voor, maar wel in de TR.

[6] O.a. Psalmen 62:12; Mattheüs 16:27; Romeinen 2:6; 2 Corinthiërs 5:10; Openbaring 20:12; 22:12